Ik weet niet hoe ik me anders moet gedragen

Vrijdag-einde-middag. Zo’n middag waarbij iedereen, leerkrachten én kinderen, verlangt naar het weekend na een schoolweek vol met CITO’s en andere activiteiten. De leerkracht blikt tevreden terug op de week; het gaat steeds beter met de groep qua groepsdynamiek en sfeer in de groep. Van achterover leunen is nog geen sprake, maar er lijkt toch echt verbetering in te zitten. Maar, die twee, die het steeds weer voor elkaar krijgen om de boel op stelten te zetten. Waar zit ‘m dat toch in? Hebben ze écht niet in de gaten dat hun opstandige gedrag de sfeer ook voor anderen verpest?

Een kind leert door het opdoen van ervaringen. Is dit een positieve ervaring, dan zal het dit gedrag vaker laten zien. Is het echter een negatieve ervaring, dan zal het ’t de volgende keer anders doen of het gedrag helemaal niet meer laten zien. Het zijn onbewuste processen. Ervaring wordt ook opgedaan door naar het gedrag van anderen te kijken. Wanneer een kind ziet dat het gedrag van een ander succes heeft, kan het kind overwegen dit gedrag ook in te zetten. Wanneer het kind dan ervaart dat er met dit gedrag een bepaald doel bereikt kan worden, zal het kind het gedrag blijven laten zien.

Stel: Een kind wordt opstandig wanneer het een opdracht moet uitvoeren die het niet wil. Het kind wordt apart gezet en hoeft de opdracht niet uit te voeren. Wat denk je dat er gebeurt? Het kind zal de volgende keer hetzelfde gedrag laten zien, want het gedrag is effectief gebleken. En ….. daarnaast is de kans groot dat een klasgenoot dit gedrag overneemt! Want blijkbaar is het heel effectief om opstandig gedrag te vertonen wanneer je geen zin hebt in een opdracht; je hoeft ‘m namelijk niet te maken! Gevolg: frustratie bij de leerkracht en ….de kans op een sneeuwbaleffect! Voor je het weet heb je als leerkracht een aantal kinderen die zich opstandig gedragen wanneer zij een taak of opdracht krijgen!

Wat kun je doen als leerkracht?

  • stel duidelijke groepsregels op en maak deze visueel
  • pas de regels dagelijks consequent toe
  • maak duidelijke afspraken over het aantal waarschuwingen en de bijbehorende consequentie (zie foto)
  • ondersteun de waarschuwingen visueel; de wasknijper gaat ‘een kleur’ verder

Wanneer een kind regelmatig ‘in het rood zit’:

  • maak een individueel stappenplan met het kind, gebaseerd op de 5G’s: Gebeurtenis – Gedachte – Gevoel – Gedrag – Gevolg met als doel gewenst gedrag
  • bespreek het stappenplan dagelijks samen met de leerling
  • betrek ouders bij het stappenplan en blik samen met de leerling regelmatig terug.

Dan wordt het net als het weer van afgelopen week; het gedrag verdwijnt als sneeuw voor de zon! En het kind weet wél hoe het zich anders moet gedragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *