Trots: ik heb eindelijk vrienden!

“Ik heb eindelijk vrienden in deze klas”…dat was wat een kind uit één van de groepen die ik begeleid op zijn rapport had geschreven. Wat een prachtig moment! De leerkrachten van de groep hebben er ook zó hard aangewerkt! En nu? Nu willen ze door! Ze zijn niet tevreden met de 7, ze gaan door voor de 8 of misschien wel de 9.

Het begon ergens in december met de vraag van de school de hoe ze van een combinatiegroep 4-5 meer één groep konden maken. We startten met het invullen van een sociomatrix en tekenden het uit om de verbanden tussen kinderen aan te geven. Het viel op dat er geen groepjes in de klas waren, er waren überhaupt weinig verbanden tussen de kinderen te vinden. Iedereen leek een beetje ‘op zichzelf’ als we de uitwerking bekeken. Tijdens de voorafgaande observatie zag ik een enthousiaste, betrokken, hardwerkende groep kinderen die gevoelig was voor complimenten met de inzet van Class Dojo. Aan de andere kant, zag ik een groot verschil tussen groep 4 en 5. 

Naast het feit dat de groepen gescheiden in de klas zaten, leek de groep 5 een wat dominante houding aan te nemen wanneer er samen gewerkt moest worden. Tijdens het werken in de groepjes, zag ik de kinderen van groep 5 bepalen wat de kinderen van groep 4 moesten doen. En dit werd netjes opgevolgd. Ze hadden weinig in te brengen die groep 4, sommigen haakten zelfs af en gingen zelf aan de opdracht werken in plaats van in de groep. Ze zonderden zich af.  Voor de leerkrachten was dit precies wat ze elke dag zagen gebeuren in de groep en het lukt niet dit te doorbreken.

Mijn eerste advies was dan ook; mix de groep qua plaatsen in de klas. Daarnaast zijn de leerkrachten aan de slag gegaan met het onderwerp ‘samenwerken’. Samen met de kinderen zijn ze ‘samenwerken’ gaan uitwerken in een T-kaart. Dus: ‘wat zie ik?’ en ‘wat hoor ik?’ tijdens het samenwerken. Kortom; hoe ziet samenwerken eruit in concreet waarneembaar gedrag. Om de kinderen te stimuleren en te complimenteren werd Class Dojo ingezet, want dat was al bekend. Ook zijn de leerkrachten aan de slag gegaan met het inzetten van energizers tijdens de lesovergangen. Doel was steeds om de kinderen van groep 4 en 5 samen aan de slag te laten gaan en elkaar beter te leren kennen.

Tijdens het schrijven van de reflectie op het eigen rapport, schreef één van de kinderen op de vraag waar hij het meest trots op was: ‘Ik heb eindelijk vrienden in de klas!’. Dit was voor de leerkrachten de bevestiging dat ze op de goede weg zaten. Nu wilden ze een stap verder, maar hoe?

De volgende stap die we gaan maken is dat de leerkrachten de kinderen elkaar inzicht laten geven in hun eigen én elkaars kwaliteiten. Dus welke kwaliteit heb je zelf? Welke kwaliteit kun je gebruiken, maar heb je zelf niet? En zoek elkaar daarin op tijdens verschillende gestuurde activiteiten. Over een week of zes vullen we opnieuw de sociomatrix in en tekenen we het uit. De leerkrachten kunnen niet wachten tot het zover is, want… hoe ziet de groep er dan uit? Nog steeds losse individuen? Of zijn er toch meer verbanden ontstaan?

Heb jij nog ideeën hoe je kinderen kwaliteiten van zichzelf en de ander kunt laten ontdekken? Laat dan een berichtje achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *