Lente! Tijd om lekker buiten te spelen! Of toch niet……

Vorige week, de eerste lentezon was een feit. Kinderen gooiden massaal hun dikke winterjassen op een hoopje op de picknicktafels op school. En de leerkrachten bleven ook een paar minuutjes (of soms wel meer) buiten met de kinderen. En ik? Ik boog me over een groep 8 waarbij de kinderen aangaven veel te weinig beweegmomenten te hebben. Daarnaast was het onrustig en gaven kinderen in gesprekken aan dat ze regelmatig respectloos met elkaar en de leerkracht omgingen. De terugkoppeling naar de groep was (weer) verrassend mooi!

De kinderen beaamden dat het vaak onrustig was. De onrust ontstond voornamelijk als er een grapje gemaakt werd en dat grapje niet altijd door de ander geaccepteerd werd. Vervolgens mondde dit uit in ruzie en raakten er steeds meer kinderen bij de ruzie betrokken. Kinderen wisten dan eigenlijk niet meer waar het mee begonnen was en konden het dan ook niet altijd aangeven. Gevolg; respectloos gedrag naar de ander en de leerkracht (en dan hebben we de puberende hormonen nog maar even weggelaten).

Door met de kinderen in gesprek te gaan en te zoeken naar oplossingen (gewenst gedrag), kwamen we tot een aantal speerpunten. De speerpunten werden in de groepjes besproken met de placematmethode. Één groepje kwam er moeilijk uit. Ze schreven ‘meer beweegmomenten en samenwerken’. Ik vroeg wat ze daarmee bedoelden. ‘Ja, als we meer spelletjes doen, dan leer je elkaar beter kennen en… uh… meer vertrouwen.’ Ik vroeg: ‘Wat is dat vertrouwen? Waardoor is dat belangrijk?’ Het antwoord was pakkend: ‘Als je elkaar meer vertrouwt, dan weet je wat je aan elkaar hebt. Als er dan een keer een meningsverschil is, dan hoef je niet meteen boos te worden of zo. Omdat je erop kunt vertrouwen dat die ander het niet zo bedoelt. En dat is ook zo met grapjes’.

Naast de behoefte aan beweegmomenten, heeft deze groep veel behoefte aan autonomie. Om aan beide behoeften tegemoet te komen, zou de leerkracht de kinderen zelfverantwoordelijkheid kunnen geven over een spel wat ze graag spelen. Maak bijv. een wensendoosje met daarin de namen van de kinderen. Elk buitenspelmoment wordt er een naam getrokken en dat kind mag een spel gaan voorbereiden of een spel uitkiezen wat gespeeld gaat worden. Het kind is de spelleider. Daarnaast is er een aantal kinderen met een andere taak; de taken verdelen binnen het spel (de leeuw), het spelverloop in de gaten houden met tips en tops (pauw), toezicht houden en oplossen wanneer iets niet goed gaat (havik) en een de uil observeert goed en geeft wijze adviezen. Daarnaast zijn er afspraken waar iedereen zich aan moet houden:

  • Je speelt het spel mee.
  • Je mag een time-out aanvragen bij de uil als je last hebt van een storing of een idee hebt om het spel leuker, beter of spannender te maken.
  • Je gunt de ander het plezier van een spel spelen.

Door deze verschillende rollen in te zetten tijdens het spel leren kinderen niet alleen fijn spelen, maar…… elkaar ook beter kennen én vertrouwen!

Heb je nog meer of andere leuke ideeën om het buitenspelen tot een succes te maken? Deel het dan hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *