De kop is eraf…

De eerste vier dagen van het schooljaar zitten erop. Nog één dagje en we hebben weekend. Dan kunnen we zeggen: “De kop is eraf.” Het klinkt eenvoudig, maar dat is het zeker niet. Elke leerkracht wil goed beginnen. En net zoals het einde van het schooljaar soms een worsteling is, is dat aan het begin van het schooljaar niet anders. Aan het einde maken leerkrachten zich druk om ‘het programma’ wat af moet, aan het begin van het schooljaar worstelen ze weer met hetzelfde programma; er moet wél gestart worden. Het grote verschil is wel dat iedereen weer vol energie zit, dus ‘het kan wat hebben.’ Even terug naar vorige week.

Leerkrachten waren druk om het lokaal in te richten voor het nieuwe schooljaar. Materialen verzamelen; is er van alles genoeg? Hoe zat het ook al weer met die nieuwe methode? Oh ja, wat is er tijdens de overdracht allemaal verteld en geschreven? En er was iets met groepsdynamiek en groepsvorming?…. Maar eerst die nieuwe methode nog eens doorlezen. En, aan het einde van de week was iedereen klaar om te starten. Op maandagochtend stond iedereen dan ook in de startblokken om het nieuwe schooljaar te beginnen. Kinderen, en sommige ouders, kwamen naar binnen. Soms wat zenuwachtig, nieuwe kleuters wat onzeker, maar de meesten hadden er zin in. Het schooljaar kon beginnen.

De eerste twee drie dagen hoorde ik her en der regels en afspraken voorbij komen; ‘We weten het al lang, we zijn stil op de gang.’ Soms lijkt het er op dat ‘regels’ een garantie geven voor een goed en fijn schooljaar. Nog steeds hoor ik op scholen regels die door de leerkrachten bedacht zijn en waar de kinderen zich aan moeten houden. Gelukkig zijn er ook steeds meer scholen die de regels sámen met de kinderen maken. Om samen regels te maken, moet je wel weten met wie je te maken hebt. Dus; wie ben ik? Wie ben jij? Is het hier veilig in de klas? Mag ik er zijn? Kortom; we zitten midden in de forming-fase. De rol van de leerkracht is in deze fase activiteiten te organiseren waarbij kinderen elkaar leren kennen én de leerkracht. Voor elke leeftijdsgroep zijn er voor deze fase verschillende activiteiten te bedenken. Je kunt de activiteiten ook uitvoeren door coöperatieve werkvormen (Kagan, 2015) in te zetten. Dan sla je twee vliegen in één klap; je biedt een (nieuwe) coöperatieve werkvorm aan én je werkt aan het eerste stukje groepsvorming.

Met de coöperatieve werkvorm TweePraat Vragen op Reis kun je jonge kinderen elkaar van alles laten vertellen aan elkaar:

  • De leerkracht noemt een onderwerp: Wat vind jij het leukst om te doen in het weekend. Vertel wát je dan doet.
  • De kinderen krijgen denktijd en mogen een tekening maken op een kaartje of losse woorden noteren.
  • De kinderen gaan in tweetallen staan, A begint te vertellen en B  mag daarna.
  • Wanneer beide kinderen over het onderwerp verteld hebben, steken ze hun hand op en zoeken ze een nieuw ‘maatje’.

Voor oudere kinderen is de werkvorm ‘Zoek iemand die’ een mooie werkvorm om elkaar beter te leren kennen.

  • De leerlingen vullen een werkblad met vragen voor een gedeelte in. Dat wat ze denken te weten. Voorbeelden van vragen zijn: Zoek iemand die ….in Frankrijk op vakantie is geweest. …. een konijn heeft. …. spruitjes lekker vindt. …. niet in dit dorp / deze stad woont. …. een andere taal spreekt. Het antwoord op de vraag moet de naam van een klasgenoot zijn.
  • Leerlingen lopen rond en zoeken een partner met ‘high five.
  • A stelt één vraag en B antwoordt. A schrijft het antwoord op het eigen werkblad.
  • B checkt en tekent af, hierna wisselen van rol.
  • Een leerling die alles heeft ingevuld gaat zitten en is hulpbron.
  • Als alle leerlingen zitten worden antwoorden met rondpraat vergeleken.

Tip: doe als leerkracht mee! Zo leer je de kinderen meteen kennen en… de kinderen jou! Ik ben erg benieuwd naar welke ontdekkingen jij gedaan hebt. Welke parel heb jij ontdekt? Laat het achter!